Wft Basis
Wft Basis: wat is het verschil tussen KB-, PG- en VC-vragen?
Je kent de begrippen uit je Wft Basis-boek, maar bij het oefenen gaat het toch mis. Vaak ligt dat niet aan ontbrekende kennis. Het examen vraagt op verschillende manieren wat je weet, wat je zou doen en hoe professioneel je afweging is. Dat zijn verschillende vaardigheden. Dit artikel laat zien hoe je die drie vraagsoorten herkent en gericht oefent.
De officiële verdeling sinds 1 april 2026
Het CDFD onderscheidt kennis en begrip (KB), professioneel gedrag (PG) en vaardigheden en competenties (VC). Bij Wft Basis bestaat het examen sinds 1 april 2026 uit 42 vragen in 120 minuten, met in totaal 63 punten. De verdeling is: 21 KB-vragen voor 21 punten, 2 PG-vragen voor 4 punten en 19 VC-vragen voor 38 punten. De slaaggrens bedraagt 68 procent van de punten: minimaal 43 punten.
De conclusie is belangrijk: de 19 VC-vragen zijn samen goed voor meer punten dan de 21 feitelijke kennisvragen. Alleen definities uit het hoofd leren is dus geen complete examenvoorbereiding.
KB: herken het begrip achter de vraag
Een KB-vraag toetst bijvoorbeeld welke organisatie toezicht houdt, wat een verzekeringsbegrip betekent of welke stap bij een financiële handeling hoort. Zulke vragen lijken direct, maar antwoordopties kunnen twee verwante begrippen bevatten. Leer daarom nooit alleen een begrip en zijn definitie: leer ook waarmee het makkelijk te verwarren is.
Zelfgeschreven oefenvoorbeeld: ‘Welke toezichthouder richt zich primair op het gedrag van financiële ondernemingen richting klanten?’ Het goede antwoord is AFM. De Nederlandsche Bank richt zich primair op soliditeit en stabiliteit. Dat onderscheid is belangrijker dan het uit het hoofd leren van twee afkortingen.
Bij KB helpt een begrippenkaart met drie kolommen: term, betekenis en tegenoverliggend begrip. Controleer na een fout antwoord waarom de afleiders onjuist waren. Daarmee maak je van één vraag meerdere leerpunten.
VC: pas dezelfde kennis toe in een nieuwe situatie
Een VC-vraag plaatst je in een situatie. Je krijgt informatie over een klant, een financieel product, een gesprek of een berekening en moet bepalen welke aanpak daarbij past. Niet ieder detail van de casus is even relevant.
Zelfgeschreven voorbeeld: iemand wil een financieel product afsluiten, maar de adviseur heeft onvoldoende zicht op het doel en de financiële situatie van de klant. De juiste professionele vervolgstap is niet meteen een product selecteren. Eerst moet duidelijk worden welke informatie ontbreekt en welke rol of bevoegdheid de medewerker heeft.
Gebruik bij VC-vragen deze volgorde: (1) wie is de klant, (2) wat wordt gevraagd, (3) welk gegeven ontbreekt, (4) welk regelgevend of financieel principe geldt, (5) wat is de logische volgende stap? Ga pas daarna naar de antwoordopties. Zo voorkom je dat één aantrekkelijk klinkende zin je keuze bepaalt.
PG: het beste gedrag is niet altijd het snelste gedrag
PG-vragen toetsen professioneel handelen. Denk aan klantbelang, integriteit, zorgvuldig communiceren, vertrouwelijke gegevens en omgaan met druk. De verleiding is vaak om het antwoord te kiezen dat commercieel efficiënt lijkt: de klant direct helpen, snel afsluiten of een uitzondering maken. Professioneel handelen kan juist betekenen dat je eerst controleert, doorverwijst, vastlegt of een grens aangeeft.
Zelfgeschreven oefensituatie: een klant wil dat je een onvolledige aanvraag toch indient en zegt dat de ontbrekende gegevens later volgen. Een goede afweging begint bij correcte informatie en de toepasselijke procedure, niet bij het vermijden van een ongemakkelijk gesprek.
PG is geen ‘wat zou jij aardig vinden?’-toets. Het gaat om professioneel, verantwoord handelen volgens de eisen van het vak.
Een oefenmethode voor alle drie de soorten
Maak drie aparte foutlijsten. Bij KB noteer je ontbrekende begrippen. Bij VC noteer je welk casusdetail je verkeerd interpreteerde. Bij PG noteer je welke professionele norm je over het hoofd zag. Herhaal fouten niet letterlijk, maar maak een nieuwe variant van dezelfde situatie. Als je de oplossing alleen herkent doordat je de vraag onthoudt, heb je nog onvoldoende geleerd.
De tijdsverdeling verdient ook aandacht. Van de 120 minuten hoef je niet iedere vraag exact evenveel tijd te geven: reserveer ruimte voor de casusvragen en bewaar de laatste minuten om gemarkeerde antwoorden te controleren. Oefen dit minstens één keer onder tijdsdruk met een langere oefentoets.
Veelgestelde vragen
Zijn VC-vragen altijd rekenvragen?
Nee. Vaardigheden en competenties kunnen ook gaan over het interpreteren van klantinformatie, het herkennen van risico's of het kiezen van een passende vervolgstap. Financieel rekenen is slechts één mogelijke vorm van toepassen.
Krijg je voor iedere vraag evenveel punten?
Nee. Bij Wft Basis leveren KB-vragen volgens de CDFD-verdeling één punt op; PG- en VC-vragen leveren samen meer punten per vraag op. Daarom moet je naar het puntentotaal kijken, niet alleen naar het aantal goed beantwoorde vragen.
Moet ik oude oefenexamens uit eerdere jaren gebruiken?
Controleer of ze passen bij de actuele toetstermen en examenkenmerken. De CDFD-kenmerken zijn per 1 april 2026 het uitgangspunt. Oude opgaven kunnen nuttig zijn voor begrippen, maar zijn niet automatisch actueel.
Bron voor examenopbouw: CDFD – Initieel examen Basis.
Test de drie vraagsoorten in een gratis proeftoets
Wil je ontdekken of je bij kennisvragen of juist bij casussen punten laat liggen? Maak dan de gratis Wft Basis-proeftoets op GratisProeftoets.nl. Je krijgt tien oefenvragen met uitleg per antwoord; het resultaat is een eerste kennisindicatie, geen voorspelling van je officiële examenuitslag.
Start de gratis Wft Basis proeftoetsBereid je je voor op meerdere examens? Bekijk ook de Wft-pakketten.
Bronnen
Regels kunnen veranderen. De informatie van de officiële instanties is altijd leidend.
