Wft Basis

AFM of DNB: zo herken je de juiste toezichthouder in Wft Basis-vragen

Gepubliceerd op · 4 minuten lezen

Illustratie bij het artikel "AFM of DNB? Verschil voor Wft Basis met casussen" (Wft Basis)

Twee instanties, één financiële sector en soms zelfs dezelfde bank. Daardoor zijn AFM en DNB in Wft Basis-vragen gemakkelijk te verwarren. De beste oplossing is niet een rijtje bevoegdheden leren, maar eerst herkennen welk probleem de casus beschrijft. Deze uitleg gebruikt fictieve situaties om dat onderscheid te trainen.

Het antwoord in één zin

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt primair toezicht op gedrag richting klanten en eerlijke, transparante financiële markten. De Nederlandsche Bank (DNB) houdt prudentieel toezicht: de financiële soliditeit van instellingen en de stabiliteit van het financiële systeem. De taken raken elkaar; sommige instellingen vallen onder beide toezichthouders.

Casus 1: een adviesgesprek met een klant

Een medewerker presenteert een product als ‘zonder risico’, terwijl de voorwaarden duidelijke beperkingen bevatten. Het probleem gaat over begrijpelijke informatie en klantbehandeling. Dit wijst primair naar gedragstoezicht en dus de AFM.

Bij een vergelijkbare vraag kun je jezelf afvragen: wordt de klant zorgvuldig behandeld en krijgt die voldoende en juiste informatie? Dan zit je doorgaans in het terrein van de AFM. Let op: een individuele klacht loopt niet automatisch rechtstreeks via de AFM; het gaat hier om het soort toezicht, niet om een persoonlijk klachtenloket.

Casus 2: kan een verzekeraar zijn verplichtingen nakomen?

Stel dat een verzekeraar onvoldoende financiële buffers lijkt te hebben om grote toekomstige claims op te vangen. De centrale zorg is niet een misleidende brochure, maar of de instelling financieel solide blijft. Dit is typisch een prudenteel toezichtsvraag voor DNB.

Hier helpen trefwoorden als kapitaal, solvabiliteit, financiële reserves, liquiditeit en stabiliteit. Maar leer niet blind op één woord. In een casus over liquiditeitsrisico kan het bijvoorbeeld ook gaan om onjuiste communicatie aan klanten. Lees daarom altijd wat precies gevraagd wordt.

Casus 3: een bank met twee afzonderlijke problemen

Een bank verstrekt onduidelijke informatie over kosten én loopt door zwak risicobeheer financiële problemen op. Beide toezichthouders kunnen vanuit hun eigen rol relevant zijn. De AFM kijkt naar het gedrag en de informatieverstrekking; DNB naar soliditeit en risicobeheersing. Dit laat zien waarom het verkeerde ezelsbruggetje ‘banken horen bij DNB, tussenpersonen bij AFM’ tekortschiet.

Bovendien bestaat bij grote Europese banken een Europese toezichtcontext. Voor Wft Basis is vooral het basisonderscheid tussen gedrags- en prudentieel toezicht van belang, maar schrijf niet op dat DNB altijd als enige toezicht houdt op elke Nederlandse bank.

Hoe onderscheid je toezicht, advies en klachten?

Stel vier vragen in deze volgorde. Gaat het over de informatie of behandeling van een klant? Denk aan gedragstoezicht. Gaat het over de financiële weerbaarheid van een onderneming? Denk aan prudentieel toezicht. Gaat het over de zorgvuldigheid van een specifiek advies? Dat raakt gedragsregels, maar de adviseur heeft zelf ook verantwoordelijkheden. En gaat het om een persoonlijke klacht? Dan kun je niet alleen uit het woord ‘toezicht’ afleiden bij wie de klant de klacht moet indienen.

Een examenvraag kan bewust een bekende instantie tussen de antwoorden zetten, terwijl die geen toezichthouder is. Kifid is bijvoorbeeld een klachteninstituut en heeft een andere functie dan AFM en DNB. Een derde bekende naam in de financiële sector maakt de tweedeling dus niet plotseling anders.

Drie korte controles voor jezelf

Situatie A: een aanbieder verzwijgt belangrijke kosten in een brochure. Je analyse: transparantie richting klanten, dus primair AFM.

Situatie B: een instelling kan mogelijk toekomstige betalingen niet nakomen. Je analyse: financiële soliditeit, dus primair DNB.

Situatie C: een bank heeft een onduidelijk product én te weinig financiële buffers. Je analyse: verschillende toezichtsvragen; in beginsel raken beide toezichthouders betrokken op hun eigen terrein.

Als je een antwoord fout had, noteer dan het probleemwoord (bijvoorbeeld klantinformatie of financiële buffer) in plaats van alleen de naam van de instantie. Daarmee leer je nieuwe casussen oplossen.

Wat je vooral niet moet onthouden

De AFM keurt niet ieder individueel financieel product vooraf goed. DNB behandelt niet alle klantklachten. En AFM en DNB zijn niet elkaars vervangers. Hun taakverdeling is functioneel. Dat is ook het uitgangspunt van de informatie die de toezichthouders zelf publiceren.

Veelgestelde vragen

Kan één financiële onderneming onder zowel AFM als DNB vallen?

Ja. Banken en verzekeraars kunnen met beide toezichthouders te maken hebben. De vragen die zij stellen zijn alleen verschillend.

Is DNB hetzelfde als de Europese Centrale Bank?

Nee. Het Europese bankentoezicht heeft eigen afspraken. Voor dit Wft Basis-onderwerp is vooral van belang dat DNB en AFM verschillende primaire toezichtdoelen hebben.

Komt dit op het Wft Basis-examen terug?

Financieel toezicht behoort tot de relevante basiskennis. Het exacte aantal vragen over dit onderwerp per individueel examen staat niet vast.

Officiële uitleg: AFM – Rolverdeling AFM en DNB en DNB – Toezicht op financiële instellingen.

Oefen gratis met financiële toezichtsvragen

Herken je het onderscheid inmiddels in een nieuwe situatie? Controleer je kennis met de gratis Wft Basis-proeftoets op GratisProeftoets.nl. Na tien vragen ontvang je uitleg bij je antwoorden en zie je welke onderwerpen je verder kunt bestuderen.

Start de gratis Wft Basis proeftoets

Bereid je je voor op meerdere examens? Bekijk ook de Wft-pakketten.

Lees ook

← Alle artikelen